De beste reisgidsen, maar engelstalig, zijn de
Lonely Planet en de
Rough Guide.
Zelf zijn wij fan van de Rough Guide omdat het commentaar daar vaak wat kritischer van toon is. De achtergrondinformatie over Peru is in de Rough Guide van uitstekende kwaliteit.
Voordeel van de Lonely Planet is dat de opmaak wat overzichtelijker is en dat de praktische informatie vaak wat meer up-to-date lijkt te zijn.
Zeker als je niet met een georganiseerde reis naar Peru komt is één van deze twee gidsen onmisbaar.
We hebben inmiddels begrepen dat er ook fans zijn van de
Footprint Guide. Zelf kennen we die niet, maar we hoorden enthousiaste geluiden van jullie. Vandaar dus dat we hem hier noemen.
Nederlandstalige reisgidsen zijn meestal wat slechter wat betreft praktische informatie over hotels, bussen, uitgaan en dergelijke, maar voor achtergrondinformatie en culturele zaken zijn ze vaak uitstekend.
Zelf hebben we er nooit mee gereisd, maar we hebben ze wel doorgebladerd. We zouden kiezen voor de
Insight Gids of de
Wereldwijzer, in die volgorde. Geschikt voor de
georganiseerde reiziger die wat meer wil weten dan de (menselijke) reisgids vertelt.
Zonder een beetje Spaans kom je niet ver in Peru. In grote hotels en heel toeristische gebieden
wordt nog wel Engels gesproken, maar daar buiten zul je toch echt buenos
dias moeten zeggen.
De
Wat & Hoe taalgids, speciaal voor Zuid Amerika, is heel aardig en voor een gewone vakantie voldoende.
Ook
Spaans voor Dummies en, de eenvoudigere versie,
Spaans voor Dummies op Reis, zijn goed.
Wil je alvast wat oefenen op je Spaans: de
Teleac heeft
een gratis cursusje online staan.