De meeste georganiseerde rondreizen door Zuid-Peru bezoeken het nationale natuurpark van Paracas,
op zo'n dikke 250 kilometer ten zuiden van Lima.
Reis je op eigen gelegenheid, dan kun je vanuit Lima gewoon de bus nemen naar Paracas
(
Cruz del Sur), die je in zo'n 3,5 uur (over een goede weg) naar jouw bestemming
brengt. In theorie zou je op één dag op en neer kunnen, maar dan wordt het wel erg rennen; wij zouden
een nachtje in (de buurt van) Paracas of Pisco blijven.
Je kunt ook bij ieder reisbureautje in Lima een kant en klare trip boeken, wat de zaak wat eenvoudiger
maakt (reken op zo'n € 100 à € 150 voor de kant en klare tweedaagse trip inclusief
bus, hotel en boottour). Regel je alles zelf, dan kun je nog wel een paar tientjes besparen.
Pisco
Zelf houden we wel van wat verlopen lelijke havensteden, en wij vonden Pisco dus best een leuke plaats.
Ben jij een normale toerist, dan is er weinig aanbevelenswaardig in Pisco, behalve dan dat het dicht
bij het nationale park Paracas ligt en dicht bij de Ballesta eilanden.
(Wij bezochten Pisco voor de grote aardbeving van 2007 en horen dat Pisco nu (2012) nog steeds niet compleet
is hersteld.)
Pisco is natuurlijk ook de naamgever van de nationale drank Pisco Sour, en als drankje kunnen wij Pisco
wel zeer aanbevelen!
Paracas, Ballesta eilanden (Islas Ballestas)
Paracas is een minidorpje, maar wel met een paar goede hotels en restaurants. (En bij nogal wat rijke
Peruanen zijn die hotels een favoriet weekendtripje.)
In Paracas lopen de hoteltarieven uiteen van zo'n dikke € 10 voor een tweepersoons-kamer
in het Paracas Backpackers House tot zo'n € 200 per nacht voor een 2-persoonskamer in Hotel
Paracas (Libertadores) of in het Double Tree Resort.
Maar "Paracas" is ook de naam van het nationale natuurreservaat
Paracas dat zich uitstrekt over meer dan 300.000 hectaren, waarvan 2/3e deel in de oceaan. En dat
natuurpark is prachtig.
Een boottocht door het nationale park en langs de Ballesta eilanden is zeer de moeite waard. Pinguins,
pelikanen, Jan van Gent-en, flamingo's, zeehonden, zeeleeuwen, en nog vele tientallen zeevogelsoorten
waarvan wij het bestaan helemaal niet kenden, het houdt niet op! Het is een boottocht (van een paar uur)
die je niet snel zult vergeten.
Blijf je wat langer in de omgeving en kun je een tentje regelen, dan zijn er in het nationale park
(op het land) een hoop duinen en strandjes waar je romantisch kunt overnachten en een kampvuurtje kunt
stoken. En bij de kleine restaurantjes die je hier en daar aantreft eet je de allerlekkerste "conchas"
(kleine Sint Jacobsschelpen) die wij ooit geproefd hebben.
Voor de liefhebber zijn er ook mogelijkheden voor hang-gliding en voor buggy-tochten and sandboarden in
de duinen.
Foto's en nog wat meer (vooral spaantalige) informatie, vind je op
paracas.com.
Een alternatief voor overnachting zou ook nog kunnen zijn het meer landinwaards gelegen Ica, met de bekende
oase Huacachina. Omdat sommige reisorganisaties Ica en Huacachina als aparte dagtrip in hun reis hebben
opgenomen, bespreken we Ica en Huacachina apart op onze pagina
Ica, Huacachina.